Resultaat 2025
Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2025 in hoofdlijnen weer.
De jaarrekening 2025 sluit met een voordelig resultaat vóór bestemming van € 5,5 miljoen. Een deel hiervan, ongeveer € 5,3 miljoen, heeft betrekking op incidentele budgetten, waarvan wordt voorgesteld om deze middelen via resultaatbestemming beschikbaar te stellen voor 2026 of in een specifieke bestemmingsreserve te storten.
Aanvankelijk was het saldo van de begroting 2025, zoals die in het najaar van 2024 door de raad is vastgesteld (de zogenoemde primaire begroting) € 2,0 miljoen positief. In de loop van het jaar is de begroting meermaals door de raad bijgesteld op basis van een aantal ontwikkelingen en de hieruit voortvloeiende raads- en collegevoorstellen. Het laatste moment waarop de begroting in omvang en saldo is bijgesteld, was de Najaarsnota 2025. Toen werd in totaal een voordelig resultaat van € 1,1 miljoen verwacht. In onderstaand overzicht wordt het verloop vanaf de primaire begroting tot de uiteindelijke realisatie over 2025 in totalen weergegeven.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) | Lasten | Baten | Saldo | V/N |
|---|---|---|---|---|
Primaire begroting | -189.125 | 191.185 | 2.060 | V |
Mutaties Voorjaarsnota 2025 | -8.458 | 8.099 | -359 | N |
Mutaties Najaarsnota 2025 | -19.148 | 18.498 | -650 | N |
Totaal begroot | -216.731 | 217.782 | 1.051 | V |
Jaarrekening 2025 | -222.436 | 227.946 | 5.510 | V |
Verschil | -5.705 | 10.164 | 4.459 | V |
*) in de tabel kunnen afrondingsverschillen voorkomen
Analyse van het resultaat 2025 ten opzichte van het bijgestelde begrotingssaldo per Najaarsnota 2025
Het verschil tussen het jaarrekeningresultaat 2025 ten opzichte van de verwachting ten tijde van het opstellen van de Najaarsnota 2025 is ca € 4,5 miljoen. In de onderstaande tabel worden per subcategorie de belangrijkste afwijkingen in beeld gebracht. Het sociaal domein wordt verderop nader toegelicht.
Algemeen | Bedrag | V/N | Programma |
|---|---|---|---|
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | |||
Voor de uitvoering Lokale aanpak isolatie ontvangen we d.m.v. de subsidieregeling LAI (j94) een bijdrage van het rijk en daarnaast is door de gemeente € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering (gedekt uit door een onttrekking aan de algemene reserve). In 2025 zijn de rijksmiddelen gebruikt voor de isolatie aanpak. De onttrekking aan de reserve is tevens gedaan waardoor per saldo een miljoen euro over is. Voor het door de raad beschikbaar gestelde budget van € 1 miljoen zijn meerjarige plannen (energie armoede en vervolg isolatie aanpak) om dit in 2026 en volgende jaren te besteden. Voorstel is om dit bedrag middels de resultaatbestemming te storten in de bestemmingsreserve Energieneutrale gemeente. In de Voorjaarsnota 2026/Kadernota 2027 zal de onttrekking in de komende jaren geraamd worden. | 1.000 | V | 8 |
Gemeenten ontvangen uit de "Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraine" in 2025 een normbedrag per gemeentelijke opvangplek per dag. De kosten vallen lager uit ten opzichte van de begroting. Dit levert een voordelig saldo. Voorgesteld wordt om het saldo in 2026 door middel van resultaatbestemming beschikbaar te stellen voor de realisatie van de flexwoningen in Nootdorp en de consequenties daarvan voor uitvoering. | 470 | V | 6 |
Meeropbrengst OZB 2025 en oudere jaren: De meeropbrengst wordt veroorzaakt door enkele nieuwbouwwoningen die meer waarde vertegenwoordigen dan de gemiddelde waarde van de woningen waarmee in de begroting rekening is gehouden. Ook de uitbreiding van de bedrijfspanden heeft geleid tot meer OZB-opbrengsten. Daarnaast heeft de volledigheidscontrole over oudere jaren geleid tot hogere OZB-opbrengsten. | 435 | V | 10 |
Bijdrage overhead: Aan de kosten van personele inzet die uit specifieke uitkeringen wordt gedekt kan een deel van de kosten voor overhead van de gemeente worden toegerekend. De baten hieruit dragen bij aan het resultaat op kosten voor overhead. | 406 | V | 10 |
De inkomsten algemene uitkering wijken voor 2025 af met het bedrag dat uit de decembercirculaire is toegekend. Een nadere toelichting hierop is terug te vinden in het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Afrekeningen over voorgaande jaren hebben geleid tot een voordelig saldo ten opzichte van wat eerder in de begroting is opgenomen. Maatstaven waarvan de definitieve aantallen tot twee jaar na het uitkeringsjaar nog kunnen wijzigen leidden tot deze afwijking. | 353 | V | 10 |
De eenmalige onderhoudswerkzaamheden voor de upgrade van het gemeentekantoor vinden plaats in 2026. In de VJN25 is een incidenteel bedrag van €258.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn niet besteed. De uitvoering van de werkzaamheden kent langere doorlooptijden als gevolg van aanbestedingen van werkzaamheden. Voorgesteld wordt om dit bedrag over te hevelen naar 2026. | 258 | V | 10 |
Afrekening zwerfafval: Het betreft hierbij de vergoeding die de gemeente heeft ontvangen voor de kosten van inzameling van single used plastic over 2023 en 2024. | 221 | V | 8 |
Wet Open Overheid: Dit betreft incidentele middelen die zijn bedoeld voor de invoering van de Wet Open Overheid. Een deel van de geplande werkzaamheden en de besluitvorming moet nog plaatsvinden. Daarvoor is het nodig het resterende budget 2025 beschikbaar te houden in 2026. | 206 | V | 9 |
Omgevingswet: Dit budget wordt gedurende de hele implementatieperiode tot 2030 ingezet voor incidentele werkzaamheden die voortvloeien uit de Omgevingswet. Het was niet noodzakelijk om het begrote bedrag in 2025 te onttrekken aan de reserve. De werkzaamheden hebben plaatsgevonden binnen reguliere budgetten en personele capaciteit. In de volgende jaren zullen wel extra uitgaven moeten worden gedaan. Het bedrag van €189.000 blijft in de reserve geoormerkt voor de implementatie van de Omgevingswet. | 189 | V | 1 |
Mutaties in voorzieningen: bij elke jaarafsluiting wordt in beeld gebracht hoe hoog de verschillende voorzieningen moeten zijn om de toekomstige relevante kosten te betalen. Dit wordt gecontroleerd door de accountant. Uit deze bijstellingen naar boven of naar beneden is per saldo een vrijval van €150.000 gerealiseerd. | 150 | V | Diverse |
Van de gemeente Delft is in het kader van de 'regio flexwoningen' een bedrag van € 160.000 ontvangen. Voorgesteld wordt deze middelen over te hevelen naar 2026 ten behoeve van kosten voor 'Housing first'. | 160 | V | 7 |
Decembercirculaire 2025: In de decembercirculaire zijn extra middelen toegekend voor werkzaamheden die in 2025 niet meer opgestart hadden kunnen worden. Voorgesteld wordt om deze middelen over te hevelen naar 2026. | 126 | V | 10 |
Overige kleinere verschillen <€120.000; zie verschillenanalyses per programma | 279 | V | Diverse |
Saldo algemeen | 4.245 | V | |
Grondexploitaties, materiële vaste activa en strategisch vastgoed | |||
Voor winstneming geldt de “percentage of completion”-methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. | 740 | V | 1 & 2 |
Het project "Ruimte voor ruimte" is gestart in 2025 en heeft verdere doorlooptijd naar volgende jaren. Tegenover dit budget staat dekking uit de reserve, waaraan in 2025 € 540.000 is onttrokken. Voorgesteld wordt om middels resultaatbestemming € 540.000 weer beschikbaar te stellen in 2026 t.l.v. de reserve. | 540 | V | 1 |
De hoogte van de legesinkomsten hangt sterk af van het aantal aanvragen omgevingsvergunningen en de bouwkosten van de bouwplannen. Bij de najaarsnota 2025 zijn de verwachte inkomsten van de bouwleges voor 2025 met €1 miljoen naar beneden bijgesteld. De feitelijke inkomsten blijken minder hard te zijn gedaald in het najaar voorzien. | 443 | V | 1 |
Voor de controle op bouwvoorschriften is in 2025 incidenteel € 213.000 beschikbaar gesteld vanuit de stelpost Omgevingswet. Deze middelen zijn in 2025 niet benut. In de komende jaren zullen echter wel aanvullende uitgaven noodzakelijk zijn in het kader van de verdere implementatie van de Omgevingswet. Voorgesteld wordt om dit bedrag in de reserve Omgevingswet te storten. | 213 | V | 1 |
In 2025 is budget € 129.000 (€ 60.000 structureel en € 69.000 incidenteel) voor de uitwerking / invoering wet goed verhuurderschap beschikbaar gesteld. De uitwerking volgt in 2026 en verder. Bij de resultaatbestemming 2025 wordt voorgesteld om het incidentele budget ad € 69.000 in 2026 beschikbaar te stellen. | 129 | V | 1 |
In de decembercirculaire 2025 is een vergoeding ontvangen voor de werkzaamheden n.a.v. het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Deze werkzaamheden (woonbehoefte onderzoek, volkshuisvestingprogramma en regionale woonzorgvisie) worden in 2026 uitgevoerd. Voorgesteld wordt dit budget in 2026 beschikbaar te stellen. | 102 | V | 1 |
Saldo grondexploitaties, materiële vaste activa en strategisch vastgoed | 2.167 | V | |
Sociaal domein | |||
WMO | 678 | N | 6 & 7 |
Jeugd | 1.050 | N | 5, 6 & 7 |
PGB WMO | 225 | N | 7 |
Saldo Sociaal domein | 1.953 | N | |
Totaal verschil begroting en jaarrekeningresultaat | 4.459 | V |
Sociaal Domein
Het financieel resultaat sociaal domein over het boekjaar 2025 bedraagt € 1,9 mln. negatief. Dit betreft zowel de oude taken sociaal domein als nieuwe taken die in 2015 naar de gemeente zijn overgekomen. In dit overzicht zijn de kosten voor de inzet van personeel (uren) niet opgenomen.
Bedragen in € | Begroot | Uitputting | Saldo | Programma |
|---|---|---|---|---|
Wmo | 10.296.191 | 10.974.000 | -677.809 | 6 & 7 |
Jeugd | 15.665.064 | 16.714.758 | -1.049.694 | 5, 6 & 7 |
PGB Wmo HH | 137.000 | 147.000 | -10.000 | 7 |
PGB Wmo BG | 124.000 | 339.000 | -215.000 | 7 |
Totaal | 26.222.255 | 28.174.758 | -1.952.503 |
Wmo
Bij de Wmo zien we een voortzetting van de trend van de afgelopen jaren. Het aantal oudere inwoners blijft toenemen, inwoners worden steeds ouder en blijven thuis in hun eigen huis wonen. Dit betekent een toename van het aantal vragen naar woningaanpassingen, hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen en respijtzorg voor huishoudens met thuiswonenden met dementie. Het steeds ouder worden van inwoners betekent ook een toename van de zwaarte van de ondersteuningsvraag.
Jeugd
Bij Jeugd zien we in het algemeen een lichte afname van het aantal jongeren. Ook het aantal jongeren dat gebruik maakt van Jeugdhulpvoorzieningen neemt af. We zien hier het effect van interventies in de keten, deze daling komt doordat we al in een vroeg stadium, zoals op scholen en bij huisartsen, hulp aan kinderen en jongeren kunnen bieden. De kostenstijging heeft een aantal oorzaken. Zo hebben we te maken met hogere gemiddelde kosten per inwoner. In het algemeen komt dit door een stijging van de duur van trajecten en door inzet van duurdere producten.
Een kanttekening is hierbij op zijn plaats, omdat Pijnacker-Nootdorp vergeleken met de regio Haaglanden de laagste gemiddelde kosten per klant heeft, op Wassenaar na. De inzet en werkwijze van ons kernteam zien wij als belangrijke verklarende factor hiervoor.
Als laatste brengen we onder uw aandacht dat de wijze waarop wij nu begroten, op basis van de afgesproken 0-lijn voor Wmo en Jeugd, de druk op de budgetten jaarlijks vergroot. De budgetten zijn bevroren op het niveau van de jaarrekening 2023 en de kosten voor de indexatie worden ook niet volledig begroot. De maatregelen uit het Interventieplan Kostenbeheersing en Innovatie Sociaal Domein 2025 – 2028 zijn erop gericht om de kosten te beheersen en het inperken van de steeds hogere meerkosten.
Reserve Sociaal domein
Om in de kosten van incidentele uitgaven binnen het sociaal domein te voorzien en een zo zuiver mogelijk beeld te krijgen van de jaarlijkse reguliere lasten is een reserve sociaal domein gevormd. Nagekomen resultaten van voorgaande jaren en incidentele lasten worden ook zoveel mogelijk met deze reserve verrekend. Als uitzondering wordt voorgesteld om het negatieve resultaat in 2025 van €1,9 mln. ten laste van het resultaat te brengen. Dit betekent dat de onttrekking vanuit de reserve Sociaal Domein niet hoeft plaats te vinden.
De stand van de reserve op 1 januari 2025 bedroeg € 3,6 miljoen. Gedurende 2025 is € 1,8 miljoen aan de reserve toegevoegd vanuit het resultaat op de jaarrekening 2023 en vanuit overige kapitaaloverdrachten en regionale middelen. Onttrekkingen zijn gedaan voor een bedrag van € 1 miljoen voor de bijstelling van de budgetten bij de Najaarsnota en voor kosten die zijn gemaakt voor de invoer van maatregelen inzake kostenbeheersingsmaatregelen en projectmatige activiteiten. De reserve sluit in 2025 op een saldo van € 4,3 miljoen.
Investeringsbudgetten
In onderstaand overzicht worden de begrote lasten en baten (subsidies) van de investeringsbudgetten aangegeven ten opzichte van hetgeen is gerealiseerd. Op basis van deze informatie kan het bruto en netto uitvoeringspercentage van de investeringen worden bepaald.
(bedragen x € 1.000) | Begroot | Realisatie | % | Saldo |
|---|---|---|---|---|
Lasten (bruto investering) | 43.883 | 31.093 | 71 | 12.790 |
Baten (subsidies) | 4.675 | 3.462 | 74 | 1.213 |
Netto investering | 39.208 | 27.631 | 70 | 11.577 |
Uit het overzicht blijkt dat in 2025 netto 70% van de voorgenomen uitgaven ten laste van de investeringsbudgetten is gerealiseerd. Dit percentage is lager dan vorig jaar.
In de afzonderlijke programma’s is bij het onderdeel ‘Investeringen’ een toelichting opgenomen van de belangrijkste afwijkingen. Tevens is daarbij aangegeven welke investeringsbudgetten afgesloten kunnen worden en welke doorgeschoven dienen te worden naar 2026.
Vermogenspositie
De stand van de algemene reserve (na bestemming van het resultaat) was op 31 december 2024 € 63,3 miljoen. In het boekjaar 2025 is de algemene reserve afgenomen met € 8,5 miljoen tot een bedrag per 31 december 2025 van € 54,8 miljoen. De overige reserves zijn toegenomen met € 14,4 miljoen tot een bedrag van € 155,5 miljoen, waardoor het totale eigen vermogen (exclusief het jaarrekeningresultaat) van de gemeente per 31 december 2025 € 210,4 miljoen bedraagt.
In de jaarrekening is een overzicht van de afzonderlijke mutaties op de reserves en voorzieningen opgenomen in de toelichting op de balans.
Onderstaande grafiek geeft het verloop van het vermogen in totaal en op onderdelen weer over de periode 2018 tot en met 2025. Een overzicht van mutaties in reserves is opgenomen in het onderdeel ‘Jaarrekening’. In het totaal vermogen is geen rekening gehouden met het bestemmen van het resultaat 2025, anders dan het toevoegen aan de algemene reserve.
Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en weerstandsratio
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
In de paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing' is een benodigde weerstandscapaciteit berekend van € 16.763.000.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstand | Bedrag € |
|---|---|
Algemene reserve weerstandsvermogen | 54.853.685 |
Resultaat jaarrekening (onbestemd) | 5.509.894 |
Totale weerstandscapaciteit | 60.363.579 |
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen = | Beschikbare weerstandscapaciteit | = | € 60.364.000 | 3,60 |
Benodigde weerstandscapaciteit | € 16.763.000 |
Een ratio weerstandsvermogen van 3,60 wordt beoordeeld als 'uitstekend' en is gebaseerd op de normtabel van de Universiteit Twente.
