Lokale heffingen
1.1 Inleiding
De paragraaf lokale heffingen bevat, conform het BBV, een overzicht van inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) de gemeente mag heffen.
In de gemeente Pijnacker-Nootdorp werden in 2025 de volgende gemeentelijke heffingen geheven:
onroerendezaakbelastingen;
afvalstoffenheffing;
rioolheffing;
toeristenbelasting;
leges.
Voor 2025 was de totale opbrengst van de gemeentelijke heffingen geraamd op € 29,558 miljoen. De werkelijke opbrengst bedroeg €29,271 miljoen. In onderstaande grafiek is per onderdeel aangegeven wat het aandeel in de opbrengsten in 2025 was.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de tarieven voor de verschillende heffingen vast. Uitgangspunt bij tariefsverhogingen van belastingen is dat de autonome meeropbrengst gelijk is aan de inflatiecorrectie. Voor belastingjaar 2025 is uitgegaan van het financieel kader zoals vastgelegd in de Kadernota 2025. Hierin is voor het bepalen van de prijsindexatie op de budgetten gebruik gemaakt van de informatie uit het Centraal Economisch Plan zoals deze jaarlijks door het CPB wordt gepubliceerd. Voor 2025 zijn de prijsindexpercentages vastgesteld op 2,8% voor inkomsten en uitgaven. Voor de onroerendezaakbelastingen is het percentage gebruikt dat door het Rijk is vastgesteld voor de indexering van rekentarieven inzake de verdeelmaatstaf OZB. De toeristenbelasting is met de inflatiecorrectie van 2,8% verhoogd. Voor de retributies (gemeentelijke diensten tegen betaling, zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges) geldt de index op uitgaven van 2,8%. Daarnaast is bij de begrote opbrengst ook rekening gehouden met de uitbreiding van 286 woningen. De begrote opbrengsten zijn hiervoor met 1,2% verhoogd. Voor de retributies geldt dat de geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten die samenhangen met het leveren van de diensten. De gemeente Pijnacker-Nootdorp hanteert het standpunt dat de rechten daar waar mogelijk 100% kostendekkend zijn. Bij de verschillende heffingssoorten wordt hierop teruggekomen.
1.2 Onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges
1.2.1 Onroerendezaakbelastingen (OZB)
OZB zijn belastingen die geheven worden over in de gemeente gelegen onroerende zaken. De hoogte van de aanslag OZB wordt bepaald door de WOZ-waarde, waarop vrijstellingen van toepassing kunnen zijn. Voor de OZB van belastingjaar 2025 is de WOZ-waarde bepaald naar de waardepeildatum 1 januari 2024. OZB zijn zogenaamde tijdstipbelastingen; bepalend voor de belastingplicht is de situatie op 1 januari van het belastingjaar. Veranderingen na 1 januari, zoals verkoop van een onroerende zaak of een verhuizing, hebben geen invloed op de belastingheffing.
Bij de OZB worden verschillende tarieven gehanteerd voor woningen en niet-woningen, maar ook voor eigenaren en gebruikers. Er zijn daardoor verschillende soorten aanslagen OZB, namelijk:
OZB voor eigenaren van niet-woningen;
OZB voor gebruikers van niet-woningen;
OZB voor eigenaren van woningen.
1.2.1.2 Belastingjaar 2025
Over 2025 bedraagt de gerealiseerde OZB-opbrengst € 12,8 miljoen. Er is € 258.000 meer opgelegd dan begroot. In totaal is een bedrag van € 266.000 opgenomen als 'nog op te leggen' voor de OZB van de niet-woningen. De meeropbrengst wordt veroorzaakt doordat enkele nieuwbouwwoningen meer waarde vertegenwoordigen dan de gemiddelde waarde van de woningen waarbij in de begroting rekening is gehouden. Ook de uitbreiding van de bedrijfspanden veroorzaken meer OZB-opbrengsten. De volledigheidscontrole moet nog plaatsvinden.
1.2.1.3 Belastingjaren 2024 en oudere jaren
Na de volledigheidscontrole is per saldo € 53.338 meer opgelegd aan onroerendezaakbelastingen over het belastingjaar 2024 dan was opgenomen alsnog op te leggen bij de jaarrekening 2024.
Voor het belastingjaar 2023 is naar aanleiding van de volledigheidscontrole nog een meeropbrengst van € 124.000 gerealiseerd (1% van de totale OZB voor 2023).
1.2.1.4. Bezwaren en beroepen tegen de WOZ-waarden
Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden die binnen het taakveld WOZ/Belastingen wordt uitgevoerd betreft de waardering van de WOZ-waarden van de onroerende zaken binnen de gemeente. Jaarlijks worden wij ook geconfronteerd met bezwaren tegen de WOZ-beschikkingen, met name door ondernemingen die op basis van no-cure-no-pay bezwaar indienen namens de burgers (gemachtigde). De rijksoverheid, met name de staatssecretaris van Financiën heeft stappen ondernomen om de kostenvergoedingen die dergelijke ondernemingen van de gemeente ontvangen te matigen.
Het overzicht van de bezwaren van de afgelopen jaren is als volgt:
1.2.1.4.1. Overzicht ingediende bezwaarschriften tegen de WOZ-waarden
Belastingjaar | Bezwaar door burger | Bezwaar via gemachtigde | Totaal aantal bezwaren | Percentage ten opzichte van alle beschikkingen | Totaal aantal gegrond verklaard |
2023 | 733 | 721 | 1454 | 5,83% | 205 |
2024 | 297 | 506 | 803 | 3,16% | 76 |
2025 | 238 | 501 | 739 | 2,88% | 47 |
In verband met de ongegrond verklaarde bezwaren is er over belastingjaar 2023 een grote hoeveelheid aan zaken voorgelegd aan de rechter. Het overzicht van deze beroepszaken van de afgelopen jaren is als volgt:
1.2.1.4.2 Overzicht ingediende beroepschriften
Belastingjaar | Beroep door de burger | Beroep via gemachtigde | totaal gegrond verklaard | Nog in behandeling bij de rechtbank |
2023 | 25 | 108 | 1 | 0 |
2024 | 10 | 23 | 2 | 5 |
2025 * | 1 | 20 | PM | 21 |
* Voor belastingjaar 2025 loopt op het moment van het opstellen van deze paragraaf de termijn nog voor het indienen van een beroepschrift.
1.2.2 Afvalstoffenheffing
De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient ter dekking van de kosten van het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De geraamde baten mogen niet uitgaan boven de geraamde lasten. De kosten in verband met bedrijfsafval brengt de gemeente niet in rekening via belastingheffing, maar via privaatrechtelijke overeenkomsten.
De afvalstoffenheffing is een tijdvakheffing. Een aanslag wordt per jaar opgelegd. Als in de loop van het belastingjaar de belastingplicht wijzigt, wordt de belastingplicht herberekend naar het aantal volle maanden waarvoor de afwijkende belastingplicht geldt. De grondslag voor de afvalstoffenheffing is het aantal personen per huishouden. Op basis van het uitgangspunt de vervuiler betaalt kent de gemeente een gedifferentieerd tarief, namelijk voor:
een éénpersoonshuishouden;
een tweepersoonshuishouden;
een meerpersoonshuishouden.
In 2025 was de begrote opbrengst van de afvalstoffenheffing € 8,864 miljoen. Ten tijde van het opstellen van de begroting was de areaaluitbreiding begroot op 286 woningen. Het aantal woningen dat is gerealiseerd in 2025 is in totaal 229. Hierdoor is de werkelijke opbrengst voor belastingjaar 2025 lager dan begroot, namelijk € 8,810 miljoen.
1.2.2.2 Volledigheidscontrole belastingjaren 2023 en 2024
Voor het belastingjaar 2024 heeft de laatste volledigheidscontrole plaatsgevonden. Er zijn nog voor een totaalbedrag van € 4.688 aan aanslagen afvalstoffenheffing opgelegd. Dit bedrag kan worden aangeduid als een meeropbrengst op de afvalstoffenheffing voor belastingjaar 2024.
Voor het belastingjaar 2023 is vanuit de volledigheidscontrole een bedrag van €1.873 opgelegd, maar er zijn ook ten onrechte opgelegde aanslagen ingetrokken. Per saldo is een meeropbrengst gegenereerd van € 1.585 op de afvalstoffenheffing voor belastingjaar 2023.
1.2.2.3 Kwijtschelding afvalstoffenheffing
Voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing was een bedrag begroot van € 197.397. De werkelijke kwijtschelding was € 198.019 waarvan € 3.270 betrekking had op 2023 en eerder. Hierdoor zijn de kwijtscheldingskosten € 622 meer dan begroot.
1.2.2.4 Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Bij de begroting 2025 is de index op de inkomsten voor de afvalstoffenheffing 3,76%. Hierdoor is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing begroot op 99,69%.
Voor de kostendekkendheidberekening voor het product afval is de kostenonderbouwing als volgt:
Kostentoerekening per onderdeel | Toerekening |
DVO Avalex | 100% |
Exploitatie inzamelen middelen | 100% |
Straatvegen | 25% |
Straatreiniging | 25% |
Personeelskosten | 100% |
BTW-verrekening | max. €1.1 mln. |
Kwijtscheldingen | 100% |
Overhead | 100% |
De gerealiseerde opbrengst, kosten en kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing is als volgt:
De kostendekkendheid op het product afvalstoffenheffing is 99,93%
bedragen * € 1.000 | directe kosten | directe kosten (afdrachten) | indirecte kosten (overhead) | subsidie overige inkomsten | opbrengsten | kosten dekking realisatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
Primitieve begroting 2025 | 1.546 | 7.228 | 241 | 123 | 8.864 | 99,69% |
Realisatie 2025 | 1.568 | 7.087 | 258 | 97 | 8.810 | 99,93% |
1.2.3 Rioolheffing
De opbrengst rioolheffing dient voor het dekken van de kosten die de gemeente maakt voor de watertaken. Deze watertaken zijn het inzamelen en transporteren van huishoudelijk afvalwater, het inzamelen en transporteren van bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. Bij de begroting mag de opbrengst van de rioolheffing niet meer zijn dan de kosten. Als in de jaarrekening blijkt dat er meer opbrengsten zijn dan kosten, wordt deze meeropbrengst in een egalisatievoorziening riolering gestort.
De rioolheffing is een tijdvakheffing. Een aanslag wordt per jaar opgelegd. Als in de loop van het belastingjaar de belastingplicht wijzigt, wordt de belastingplicht herberekend naar het aantal volle maanden waarvoor de afwijkende belastingplicht geldt. De rioolheffing van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is een afvoerrecht waarbij tariefdifferentiatie wordt toegepast. Op deze wijze wordt enigszins gevolg gegeven aan het principe dat de vervuiler betaalt. Het tarief is voor een waterverbruik tot 400 m³ (voor huishoudens) gelijk. Boven dit verbruik geldt voor iedere 50 m³ afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan boven 400 m³ een opslag. Deze opslag geldt voor de zogenaamde grootverbruikers.
De uitvoering van de gemeentelijke watertaken is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In februari 2022 is het (huidige) GRP 2022-2025 vastgesteld. Conform dit GRP zijn de tarieven voor 2025 berekend naar een kostendekkendheidpercentage van 100%.
Bij de vaststelling van de Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2025 zijn de tarieven vastgesteld.
In 2025 was de begrote opbrengst voor de rioolheffing € 4,776 miljoen. Gebleken is dat de areaaluitbreiding waarmee in de begroting rekening is gehouden niet is gerealiseerd. De werkelijke opbrengst van de rioolheffing bedraagt €4,691 miljoen. Dit betekent dat er een bedrag van € 148.000 minder is opgelegd. Aan de andere kant zijn er minder kwijtscheldingen verleend, waardoor er per saldo een minder-opbrengst is van € 109.000.
1.2.3.2 Volledigheidscontrole belastingjaren 2023 en 2024
Voor het belastingjaar 2023 heeft de laatste volledigheidscontrole plaatsgevonden. Er zijn nog voor een totaalbedrag van € 6.873 aan aanslagen rioolheffing opgelegd wat een meeropbrengst betekent op dit belastingjaar.
Voor het belastingjaar 2024 is in totaal €13.489 opgelegd, maar er zijn ook ten onrechte opgelegde aanslagen ingetrokken. Per saldo is een meeropbrengst gegenereerd van € 5.418 op de rioolheffing voor belastingjaar 2024.
1.2.3.3 Kwijtschelding rioolheffing
Voor kwijtschelding was een bedrag begroot van € 145.226. De werkelijke kwijtschelding was € 106.398 waarvan € 1.788 betrekking had op 2022 en eerder. Hierdoor zijn de kwijtscheldingskosten € 38.827 minder dan begroot.
1.2.3.4 Kostendekkendheid rioolheffing
De kostendekkendheid van het product rioolheffing was bij de begroting 100 %.
Kosten per onderdeel | Toerekening |
Riolering algemeen | 100% |
Rioolgemalen | 100% |
Vrijval riolering | 100% |
Drukriolering | 100% |
Reparaties drukriolering | 100% |
Grondwater | 100% |
Lasten rioolheffing | 100% |
Personeel uren | 100% |
BTW exploitatie | 100% |
BTW investeringen | (max € 250.000) |
Kwijtscheldingen | 100% |
Voorziening rioleringen | 100% |
Voorziening baggeren (75%) | 75% |
Straatreiniging (25%) | 25% |
Overhead (75%) | 75% |
De gerealiseerde opbrengst, kosten en kostendekkendheid van de rioolheffing is als volgt:
De kostendekkendheid op het product rioolheffing is 99,78%
bedragen * € 1.000 | directe kosten (loon + materiaal) | directe kosten (afdrachten) | indirecte kosten (overhead) | Subsidie Overige inkomsten | opbrengsten | kosten-dekking realisatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
Primitieve Begroting 2025 | 3.822 | 700 | 338 | -20 | 4.840 | 100% |
Realisatie 2025 | 3.392 | 862 | 447 | 4.691 | 99,78% |
1.2.4 Leges
De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers allerlei diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor gemaakt worden in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt.
De leges zijn onder te verdelen in drie titels:
titel 1 Algemene dienstverlening (burgerzaken en overige leges);
titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (bouwleges);
titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn (horeca, evenementen en overige).
De tarieven voor 2025 zijn, waar mogelijk, berekend op 100% kostendekkendheid.
De hoogte van de legesinkomsten voor de omgevingsvergunningen is altijd lastig te voorspellen. Deze hangt sterk af van het aantal aanvragen omgevingsvergunning en de bouwkosten van de bouwplannen. Bij de najaarsnota 2025 zijn de verwachte inkomsten van de bouwleges voor 2025 met 1 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De feitelijke inkomsten blijken minder hard te zijn gedaald dan we in het najaar hadden voorzien. Een duidelijke oorzaak is hiervoor niet te geven. De kosten die we maken zijn ongeveer op eenzelfde niveau als voorzien. De kostendekkendheid komt hierdoor hoger uit dan in de najaarsnota was genoemd, maar nog niet op het gewenste niveau. Conform de opdracht die de gemeenteraad heeft gegeven bij de voorjaarsnota 2025 zullen we in 2026 een voorstel doen hoe te komen tot 100% kostendekkende leges in 2027.
De stijging van de burgerzaken leges is te wijten aan de piek in het aantal aanvragen van reisdocumenten. In 2015 is bepaald dat reisdocumenten tien jaar geldig blijven, in plaats van vijf jaar. Hierdoor is er ook in 2025 sprake van een piek in het aantal aanvragen.
1.2.4.2 Kostendekkendheid leges
De kostendekkendheid van de leges, per titel, is als volgt:
Kostendekkendheid Leges Titel 1 (bedragen in €) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Titel 1 Algemene Dienstverlening | |||||
Hoofdstuk | omschrijving | lasten | baten | kostendekkendheid | |
1 | Burgerlijke stand | 66.346 | 51.608 | 77,79% | |
2 | Reisdocumenten | 938.584 | 872.306 | 92,94% | |
3 | Rijbewijzen | 218.873 | 195.191 | 89,18% | |
4 | Verstrekkingen uit Basisregistratie Personen | 11.933 | 6.086 | 51,00% | |
7 | Overige publiekszaken | 25.824 | 23.449 | 90,80% | |
8 | Gemeentearchief | 0 | 0 | 0% | |
9 | Huisvestingswet | 3.605 | 3.314 | 91,93% | |
13 | Telecommunicatie | 40.159 | 27.411 | 68,26% | |
14 | Verkeer en vervoer | 5.477 | 2.800 | 51,12% | |
15 | Diversen | 2.360 | 2.086 | 88,39% | |
Totaal Titel 1 | 1.313.230 | 1.184.310 | 90,18% | ||
Kostendekkendheid leges titel 2 (bedragen in €) | |||
|---|---|---|---|
Titel 2 Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning | |||
Omschrijving | lasten | baten | Kosten-dekkendheid |
Omgevingsvergunningen | 2.031.688 | 1.484.781 | 73,08% |
Kostendekkendheid leges titel 3 (bedragen in €) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Titel 3 Europese Dienstenrichtlijn | |||||
Hoofdstuk | Omschrijving | lasten | baten | kosten-dekkendheid | |
1 | Horeca | 12.153 | 7.272 | 59,84% | |
2 | Organiseren evenementen | 7.615 | 6.310 | 82,86% | |
3 | Marktgelden | ||||
4 | Standplaatsengelden | 39.070 | 39.690 | 101,59% | |
6 | Huisvesting | 2.187 | 1.840 | 84,13% | |
5 | In deze titel niet benoemde beschikkingen | 2.337 | 1.346 | 57,60% | |
Totaal Titel 3 | 63.362 | 56.458 | 89,10% | ||
Kostendekkendheid leges totaal (bedragen in €) | lasten | baten | kosten- dekkendheid |
|---|---|---|---|
Totaal kostendekkendheid leges | 3.408.280 | 2.725.549 | 79,97% |
1.3 Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt geheven van personen die tegen betaling verblijf houden in de gemeente, maar die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. De gemeente kan de aanslag toeristenbelasting opleggen aan degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Alleen de belastingen over het 4e kwartaal kunnen pas in het volgende jaar worden berekend en opgelegd, omdat dan pas het aantal overnachtingen bekend is.
In 2025 is primair een bedrag begroot van € 219.240. Er moeten nog aangiften over het derde en vierde kwartaal worden verwerkt. Bij het opstellen van deze jaarrekening is een bedrag van € 169.661 meegenomen alsnog op te leggen toeristenbelasting.
Voor 2025 zijn de tarieven met 2,8% inflatiecorrectie verhoogd. Bij de vaststelling van de Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2025 zijn de tarieven vastgesteld.
1.4 Kwijtscheldingsbeleid
Als een belastingplichtige niet in staat is de belastingaanslag te voldoen, kan gedeeltelijke of gehele kwijtschelding van gemeentelijke belastingen worden verleend. De gemeente Pijnacker-Nootdorp verleent kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De regels welke gelden bij kwijtschelding van belastingen zijn vastgesteld in de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende Uitvoeringsregeling. Voor lagere overheden is in 2022 de 'Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden' vastgesteld. Hiermee krijgen lagere overheden de mogelijkheid om een ruimer beleid te voeren dan in de vastgestelde wet. Door het vaststellen van de 'Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023' worden bij een verzoek om kwijtschelding de kosten van bestaan berekend op 100% van de 'bijstandsnorm' en wordt het vrij te laten deel aan financiële middelen verhoogd tot de maximumbedragen. Dit betekent dat aan iemand kwijtschelding wordt verleend als zijn besteedbaar inkomen gelijk is aan, of lager is dan de bijstandsnorm. Voor belastingplichtigen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt geldt als normbedrag voor de kosten van bestaan 100% van de AOW-norm. Binnen de landelijke beleidsvrijheid betekent dit dat er een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid wordt gevoerd.
1.4.1 Administratieve lastendruk verlagen
Om de administratieve lastendruk te verlagen is een contract afgesloten bij de Stichting Inlichtingenbureau, thans Bureau InformatieDiensten Nederland. Dit is een informatieknooppunt, ingesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor gemeenten. Deze stichting kan voor de gemeente toetsen of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Dit is gebeurd voorafgaand aan de aanslagoplegging voor degene die in 2024 kwijtschelding hebben ontvangen, maar ook voor belastingschuldigen die via de website van de gemeente kwijtschelding aanvragen. Via de website wordt dan een aantal vragen gesteld. Afhankelijk van de antwoorden kan automatische toetsing plaatsvinden. Dit heeft als voordeel dat een belastingschuldige niet alle gegevens hoeft aan te leveren en er snel op een verzoek kan worden beslist. Pas als blijkt dat er bijzondere omstandigheden van toepassing zijn volgt het verzoek om stukken te overleggen. Aan 378 belastingschuldigen is op deze wijze in 2025 automatisch kwijtschelding verleend.
Er zijn in totaal, naast bovengenoemde automatische kwijtschelding, 344 verzoeken om kwijtschelding ingediend, waarvan er 180 al dan niet gedeeltelijk, zijn toegewezen.
Het totale kwijtscheldingsbedrag was voor 2025 geraamd op € 342.623. In 2025 is een bedrag van € 302.103,95 aan belastingen kwijtgescholden waarvan € 15.186,87 betrekking had op belastingaanslagen voor eerdere belastingjaren.
1.5 Lokale lastendruk en beleidsindicatoren
Hieronder treft u een overzicht aan van de diverse tarieven van de omliggende gemeenten in vergelijking met de tarieven van onze gemeente:
Tarieven in de regio 2025 | Pijnacker-Nootdorp | Delft | Lansingerland | Leidschendam-Voorburg | Midden-Delfland | Rijswijk |
|---|---|---|---|---|---|---|
OZB: | ||||||
Eigendom woning | 0,0736 | 0,0998 | 0,0801 | 0,0708 | 0,1075 | 0,0770 |
Eigendom niet-woning | 0,2225 | 0,3785 | 0,6121 | 0,4808 | 0,2349 | 0,6521 |
Gebruik niet-woning | 0,1528 | 0,3073 | - | - | 0,1687 | - |
Afvalstoffenheffing: | ||||||
1-persoonshuishouden | 312 | 276 | 264 | 374 | 302 | 394 |
Meerpersoonshuishouden | 423 | 432 | 293 * | 452 | 401 | 568 |
Rioolheffing: | 196 | 266 | 271 | 245 | 225 | 183 |
* betreft het tarief het basisbedrag. Daarnaast betalen de inwoners ook per lediging van de mini-container.
(De tarieven zijn afgerond op gehele euro’s.) bron: COELO
