Sociaal Domein

In de paragraaf Sociaal domein schetsen we eerst de context en ontwikkelingen voor deze taakvelden. Vervolgens analyseren we de kostenontwikkeling en beschrijven we de wijze waarop we kosten beheersen. Hiervoor is het Interventieplan innovatie en kostenbeheersing 2025-2028 vastgesteld en in uitvoering genomen. We sluiten af met aandachtspunten voor nader onderzoek.

Ontwikkelingen en context

Voordat we in gaan op de financiële analyse van de kostenontwikkeling voor Wmo en Jeugdhulp schetsen wij de in deze paragraaf de algemene ontwikkelingen en context.

Bij de Wmo zien we een voortzetting van de trend van de afgelopen jaren. Het aantal oudere inwoners blijft toenemen, inwoners worden steeds ouder en blijven thuis in hun eigen huis wonen. Dit betekent een toename van het aantal vragen naar woningaanpassingen, hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen en respijtzorg voor huishoudens met thuiswonenden met dementie. Het steeds ouder worden van inwoners betekent ook een toename van de zwaarte van de ondersteuningsvraag.

Bij Jeugd zien we in het algemeen een lichte afname van het aantal jongeren. Ook het aantal jongeren dat gebruik maakt van Jeugdhulpvoorzieningen neemt af. We zien hier het effect van interventies in de keten, deze daling komt doordat we al in een vroeg stadium, zoals op scholen en bij huisartsen, hulp aan kinderen en jongeren kunnen bieden. De kostenstijging heeft een aantal oorzaken. Zo hebben we te maken met hogere gemiddelde kosten per inwoner. In het algemeen komt dit door een stijging van de duur van trajecten en door inzet van duurdere producten.

Een kanttekening is hierbij op zijn plaats, omdat Pijnacker-Nootdorp vergeleken met de regio Haaglanden de laagste gemiddelde kosten per klant heeft, op Wassenaar na. De inzet en werkwijze van ons kernteam zien wij als belangrijke verklarende factor hiervoor.

Een andere reden voor de kostenstijging is de hoge indexatie op de tarieven, zowel voor Jeugdhulp als voor Wmo. En als laatste de stijging van de tarieven. Uit de regionale aanbesteding Jeugdwetvervoer (informatienota 26-06-2025, 1589588) zijn twee tarieven uitgekomen: een tarief dat nagenoeg gelijk is aan het eerdere tarief (jeugdigen tot vijf jaar) en een tarief voor vervoer van jeugdigen van 5 jaar tot 18 jaar dat 61% hoger ligt dan het eerdere tarief, dit heeft ertoe geleid dat het tarief per 1 augustus 2025 is gestegen. Ook bij duurdere vormen van Jeugdhulp stijgen tarieven als gevolg van bijvoorbeeld groepsverkleining en de opbouw van alternatieven voor jeugdhulpplus.

Financiële context, compensatie door het Rijk, 0-lijn.

In het gemeentefonds heeft onze gemeente in 2025 compensatie ontvangen voor de stijgende kosten. Bij de Wmo gaat dit om iets meer dan € 100.000 vanwege de toename van het aantal inwoners ouder dan 75 jaar. De komende jaren stijgt deze jaarlijkse aanvulling naar ongeveer € 350.000 per jaar. Voor rolstoelvoorzieningen is eenmalig een aanvullend bedrag van € 13.000 ontvangen. Dit is niet voldoende om de stijgende kosten mee te dekken.

Bij Jeugdhulp heeft onze gemeente substantiële compensatie ontvangen, de zogenaamde Van Ark-middelen. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 gaat dit respectievelijk om afgerond € 700.000; € 1.500.000 en wederom € 1.500.000. Uit deze middelen zetten we in 2026 en in 2027 € 400.000 in voor continuering van de inzet van het ambulante team Jeugd, Schoolmaatschappelijk werk en Leerplicht/RMC. De overige middelen worden gebruikt om algemene tekorten op de begrotingen 2025, 2026 en 2027 te dekken. De middelen voor de jaren 2027-2030, gemiddeld rond de € 100.000, worden toegevoegd aan de budgetten Jeugdhulp.

Bij de septembercirculaire heeft onze gemeente in het kader van de Van Ark-middelen aanvullende compensatie voor de jaren 2023 en 2024 ontvangen. Bij elkaar gaat dit om €1.200.000. Bij de jaarrekening 2025 wordt voorgesteld om deze middelen in te zetten voor tekorten op het Sociaal domein in het jaar 2025 (zie Analyse kostenontwikkeling Jeugdhulp 2025).

Als laatste brengen we onder uw aandacht dat de wijze waarop wij nu begroten, op basis van de afgesproken 0-lijn voor Wmo en Jeugd, de druk op de budgetten jaarlijks vergroot. De budgetten zijn bevroren op het niveau van de jaarrekening 2023 en de kosten voor de indexatie worden ook niet volledig begroot. De maatregelen uit het Interventieplan Kostenbeheersing en Innovatie Sociaal Domein 2025 – 2028 zijn erop gericht om de kosten te beheersen en meer meerkosten te beperken. Hierop komen we in het laatste deel van deze paragraaf nog terug.

Analyse kostenontwikkeling Jeugdhulp 2025

De kostenontwikkeling voor Jeugdhulp laat een overschrijding zien van de begroting met € 1.050.000.

Bij Jeugdhulp zijn de productgroepen met de grootste omzet: Jeugd GGZ, Jeugd Ambulant, Jeugdhulp verblijf en Dagbehandeling. Bij elkaar is de omzet rond de 12,5 miljoen Euro. We beperken ons bij het verklaren van de kostenstijging tot deze productgroepen en Jeugdwetvervoer. We zien de volgende ontwikkeling:

  • Jeugd GGZ: kostenstijging 6%, waarvan 4,96% de indexatie betreft. De overige kostenstijging kunnen we verklaren uit een toename van het gebruik van specialistische GGZ, waardoor de gemiddelde kosten per klant met 13% stijgen.

  • Jeugdhulp ambulant: kostenstijging 6%, waarvan 4,96% indexatie. In deze productgroep nemen de gemiddelde kosten per klant toe met 10 %, door een aanzienlijke toename van het gebruik van dure producten, zoals begeleiding individueel en ambulant MBO. 

  • Jeugdhulp verblijf: kostenstijging 18%, waarvan 4.96% indexatie. We zien de gemiddelde kosten per klant stijgen en ook het aantal klanten relatief sterk toenemen. Kanttekening hierbij is, dat het steeds gaat om een minder dan tien inwoners met een zeer intensieve zorgvraag. Een toename van drie klanten heeft dan grote impact op de kosten.

  • Dagbehandeling: kostenstijging 21%, waarvan 4,96% indexatie. De gemiddelde kosten per klant stijgen met 18%. De toename van het aantal gerealiseerde aantal uren is de belangrijkste verklarende factoren achter de kostenontwikkeling.

  • Als laatste noemen we de stijgende kosten voor Jeugdwetvervoer. Dit zorgt voor een kostenstijging van de € 105.000 in het afgelopen jaar.

Product

Realisatie 2024

Begroot 2025

Realisatie 2025

Saldo afgerond

Jeugd

14.287.426

15.665.064

16.714.758

-1.050.000

Analyse kostenontwikkeling Wmo 2025

Voor de Wmo zien we in 2025 een overschrijding van de begroting van € 754.000. Deze overschrijding doet zich met name voor bij Begeleiding, waar we een tekort van € 919.000 zien (zorg in natura en pgb samen) op een begroot budget van € 2.717.434. Daarnaast neemt ook bij Hulp bij het huishouden de uitgaven toe, wat resulteert in een tekort van € 237.000. Daar tegenover staat dat de uitgaven voor de Wmo-voorzieningen € 333.000 lager uitvallen dan begroot en is de opbrengst voor de eigen bijdrage € 74.000 hoger dan geraamd.

  • De verwachte overschrijding bij Begeleiding is te verklaren door een combinatie van factoren. Allereerst is het budget voor 2025 aanzienlijk lager vastgesteld dan de realisatie in 2024. Waar in 2024 circa € 3,1 miljoen aan begeleiding is uitgegeven, bedraagt het budget voor 2025 € 2.717.434, een verschil van ongeveer € 400.000. Dit verschil is het gevolg van de invoering van de 0-lijn in het sociaal domein. Daarnaast zijn de tarieven in 2025 geïndexeerd met 4,91%, wat leidt tot een autonome kostenstijging van circa € 152.000. Verder nemen de kosten toe door een lichte groei van het aantal inwoners dat gebruikmaakt van Begeleiding. Tot slot is het aannemelijk dat de resultaatgerichte bekostigingssystematiek binnen de regionale contracten in H5 bijdraagt aan de kostenstijging. De exacte impact hiervan wordt momenteel nader onderzocht.

  • Bij Hulp bij het huishouden is de overschrijding van € 237.000 vast te stellen. Deze kostenstijging wordt grotendeels veroorzaakt door de toegepaste indexatie. Het aantal klanten stabiliseert in 2025. De stijging van de kosten voor hulp bij het huishouden vlakt af. De gemiddelde kosten per cliënt nemen minder snel toe dan het indexpercentage. Deze ontwikkeling schrijven we toe aan de invoering van het nieuwe normenkader voor hulp bij het huishouden in augustus 2023. Ook bij dit product geldt de 0-lijn, waardoor er nauwelijks ruimte is om autonome groei binnen de begroting op te vangen.

  • De Wmo-voorzieningen blijven daarentegen binnen de begroting en laten een positief saldo zien van € 339.000. Dit is voornamelijk het gevolg van de aanbesteding die per 1 januari 2024 is ingegaan, waarbij een nieuw contract van kracht is geworden met een kosten dempend effect. Daarnaast zijn in 2024 en begin 2025 enkele kostenbeheersende maatregelen ingevoerd, waarvan het financiële effect wordt geraamd op circa € 50.000. Bij woonvoorzieningen is eveneens sprake van dalende kosten, al blijft deze post lastig te ramen. Grote woningaanpassingen kunnen het budget sterk beïnvloeden, waarbij de factor toeval een rol speelt.

Product

Realisatie 2024

Begroot 2025

Realisatie 2025

Saldo afgerond

Wmo BG

€ 3.074.178

€ 2.717.434

€ 3.422.000

€ -705.000

Wmo Hbh

€ 4.828.040

€ 4.901.757

€ 5.139.000

€ -237.000

Pgb BG

€ 196.000

€ 124.000

€ 339.000

€ -215.000

Pgb Hbh

€ 139.000

€ 137.000

€ 147.000

- €   10.000

Wmo voorzieningen

€ 2.310.000

€ 2.495.000

€ 2.156.000

   € 339.000

Eigen bijdrage

€  182.000

€ 257.000

     € 74.000

Saldo Wmo

€ -754.000

Kostenbeheersing is dynamisch

Binnen het sociaal domein wordt actief ingezet op kostenbeheersing. Dat betekent dat we maatregelen uitvoeren en deze maatregelen actief monitoren. Kostenbeheersing is echter dynamisch. We volgen wat werkt en minder werkt en sturen bij op basis van praktijkervaring en analyse van de data. Ook kijken we naar nieuwe ontwikkelingen en stellen ons de vraag of deze beïnvloed kunnen worden en hoe.

In 2025 leveren de maatregelen meer op dan in eerste instantie werd berekend. Er werd uitgegaan van € 1,75 miljoen, terwijl de eerste berekeningen uitkomen op een resultaat van rond de € 1,95 miljoen.

Hieronder informeren we u over de uitvoering van de vastgestelde maatregelen voor kostenbeheersing. Na deze stand van zaken benoemen we ontwikkelingen uit onze analyse, waarop we verder onderzoek doen om de mogelijkheden voor aanvullende maatregelen in beeld te brengen.

In het tweede kwartaal van dit jaar zullen wij de gemeenteraad uitgebreider informeren aan de hand van een voortgangsrapportage.

Stand van zaken uitvoering maatregelen kosten beheersing In het interventieplan innovatie en kostenbeheersing zijn meerdere maatregelen opgenomen om de kosten te beheersen. Sommige maatregelen zijn al gestart en sommigen moeten nog starten, maar daarvan zijn de voorbereidingen al in gang gezet.

Maatregelen jeugd

Stand van zaken

Intensiveren screening verzoeken om toewijzing (VOTS) en verzoeken om wijzigingen (VOWS)

Verzoeken van aanbieders van hulpverleningstrajecten worden gescreend of de ingediende verzoeken nodig zijn of dat andere (vaak goedkopere) dienstverlening ook volstaat bij het ondersteunen van jeugdigen. Deze werkwijze wordt volgens planning uitgevoerd.

Steunouders

Het doel is om gezinnen informeel te ondersteunen en inzet van formele en zwaardere hulp te voorkomen. Het gaat om ontlasting van gezinnen via informele hulp vanuit steunouders en past bij het uitbreiden van het netwerk van gezinnen om elkaar te helpen om vervolgens weer zelf regie te kunnen voeren. Deze maatregel is in 2025 gestart.

Beïnvloeden verwijsstromen huisartsen

In 2025 zijn alle huisartsen minimaal 1 keer gesproken om verwijzingen naar zorgaanbieders om te zetten naar de POJ of het ambulante team van het kernteam.

Jouw in gebrachte mentor (JIM)

Het kernteam wordt nu opgeleid. In de zomer van 2026 is iedereen getraind.

Collectieve en contextgerichte inzet op alle scholen (piramidemethode = educatief taalprogramma))

De voorbereidingen zijn in 2025 geweest en per 1 januari 2026 gaat de piramidemethode van start.

Vergoeding Specialistische buitenschoolse opvang BSO beperken tot kosten bovenop reguliere BSO

In het kader van normaliseren is het normaal dat je als ouders BSO betaald en weer vergoed krijgt van de Rijksoverheid. Met deze maatregel vergoed de gemeente in het kader van de jeugdhulp alleen de extra kosten, omdat gebruikt wordt gemaakt van specialistische BSO.  Ouders vragen zelf kinderopvangtoeslag aan voor BSO. Deze maatregel wordt nu voorbereid.

Jeugdhulp vanuit de regio ‘gezamenlijk toezicht’

Inzet regionale toezichthouder(s). Deze maatregel is lastig te monitoren, omdat nadruk op preventie ligt. Dat wil zeggen op het voorkomen van contractering van niet bonafide organisaties. Deze maatregel wordt medio 2026 gestart.

Zorgwekkende verzuimers

Zorgwekkende verzuimers worden begeleid vanuit Leerplicht, met inzet van instrumentarium leerplicht in plaats van Jeugdhulp. De inzet van dure trajecten vanuit jeugdhulp worden hiermee voorkomen. Deze maatregel is in 2025 gestart.

Maatregelen Wmo

Stand van zaken

Sturing op tijdig innemen niet gebruikte hulpmiddelen

Dit project is begin 2025 afgerond. Het heeft een besparing opgeleverd van € 8.000.

Uitbreiding van de lijst met algemene gebruikelijke voorzieningen

In 2025 is de lijst uitgebreid en in Q1 van 2026 wordt opnieuw gekeken of de lijst verder uitgebreid kan worden.

Woningaanpassing aanbesteden bij vaste aannemers

Contracten worden voor een langere periode afgesloten (vier jaar in plaats van twee jaar).  Minder verlengprocedures bieden minder onderhandelingsmomenten over het tarief en voordeel in de uitvoering omdat het minder arbeidsintensief is. Deze maatregel is uitgevoerd.

Afspraken met woningcorporaties over (het voorkomen van) woningaanpassingen

Afspraken zijn opgenomen in de prestatieovereenkomsten met de corporaties.

Kostendekkende leges heffen voor de gehandicaptenparkeerkaart (eerste aanvraag)

Per 1 januari 2026 is deze maatregel doorgevoerd.

Werken met een ambulant team voor volwassenen

De voorbereidingen voor deze maatregel zijn gestart. De verwachting is dat deze in het eerste kwartaal 2026 wordt gestart.

Scootmobielpool

In november 2025 is deze maatregel gestart op een locatie in Delfgauw. Op dit moment wordt gekeken naar een tweede locatie.

Krachtig ouder worden

De invoering van deze maatregel is gestart. De eerste stap is nu om de aanbesteding uit te voeren, de organisatie in te richten en de randvoorwaarden, om per 1 januari 2027 te starten met de uitvoering.

Hulp bij huishouden slimmer inkopen

Het huidige contract is met twee jaar verlengd. De mogelijkheden voor een langjarig contract worden in 2027 onderzocht.

Analyse en verder onderzoek

De invoering en uitvoering van de maatregelen voor kostenbeheersing is in volle gang. Waar nodig en effectiever werken we hierbij regionaal samen. Soms moet regelgeving worden aangepast of moet worden aanbesteed, wat voorbereidingstijd vraagt. Voor de concrete maatregelen zien we de opbrengst terug bijvoorbeeld bij Wmo hulpmiddelen. Voor een aantal maatregelen, zoals bijvoorbeeld sturen op kadering van Jeugdhulp basis GGZ zien we de effecten duidelijk in de data. De effecten die we in de data zien, zien we vaak nog niet terug in de uitgaven. Dat heeft te maken met de looptijd van de voorzieningen. Bestaande voorzieningen lopen immers nog door op basis van de regels die golden voor de invoering van de kosten beheersende maatregelen. Er is dus sprake van vertraging. Het duidelijkst is dit te zien bij Wmo Hulp bij het huishouden. Daar is het effect van de invoering van het nieuwe normenkader in augustus 2023 nu duidelijk waarneembaar.

Uit onze analyse over 2025 komen nu al een aantal aandachtpunten naar voren. Bij Wmo begeleiding zien we een toename van de gemiddelde kosten per inwoner. Een factor die hier een rol speelt, is de resultaatgerichte bekostigingssystematiek. We analyseren dit verder en zoeken naar maatregelen om deze ontwikkeling te beïnvloeden.

Bij Jeugdhulp is de toename van de kosten van zwaardere vormen van Jeugdhulp opvallend. We weten dat dit deels toeval is, omdat het slechts om een handvol extra kinderen gaat in 2025. Maar we zoeken ook naar mogelijkheden om zwaardere vormen van Jeugdhulp te voorkomen en ook stapeling terug te dringen. Als dit vraagt om aanvullende maatregelen, dan wordt dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.