OZB Woningen en OZB Niet woningen

De onroerendezaakbelasting (OZB) is een gemeentelijke belasting op woningen en niet-woningen en vormt voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp de grootste bron van lokale belastingopbrengsten. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting en wordt geheven op basis van de waarde van onroerende zaken, vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Het tarief wordt jaarlijks vastgesteld. Afrondingsverschillen bij de aanslag worden in het voordeel van inwoners en bedrijven verwerkt. Bij de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt rekening gehouden met de belastingcapaciteit van gemeenten. Deze is afgeleid van de WOZ-waarde van onroerende zaken en wordt bepaald met een landelijk vastgesteld rekentarief. Hogere vastgoedwaarden leiden daarbij tot een hogere veronderstelde belastingcapaciteit en een grotere inhouding op de algemene uitkering.

Voor de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds worden gemeenten gecorrigeerd op basis van hun belastingcapaciteit. Deze wordt bepaald aan de hand van een landelijk vastgesteld rekentarief, gekoppeld aan de (afgeleide van de WOZ-) waarde van woningen en niet-woningen. Daarbij hanteert het Rijk het uitgangspunt dat hogere vastgoedwaarden in potentie leiden tot een groter belastinggebied en daarmee hogere OZB-opbrengsten. Binnen onze gemeente wordt deze veronderstelde opbrengstcapaciteit momenteel niet volledig benut. Daarnaast stelt het Rijk voorwaarden aan gemeenten die in aanmerking willen komen voor een aanvullende uitkering op grond van artikel 12. Eén van deze voorwaarden betreft het hanteren van een minimaal OZB-niveau (uitgedrukt in een landelijk vastgesteld percentage). Onze gemeente voldoet op dit moment niet aan deze norm. Per saldo ligt de feitelijke OZB-opbrengst daarmee circa 30% onder het door het Rijk veronderstelde niveau.

Over 2025 bedraagt de gerealiseerde OZB-opbrengst € 12,8 miljoen, zie ook de paragraaf lokale heffingen.