Algemene omschrijving
Het programma Individuele voorzieningen bestaat uit de volgende zeven onderdelen:
Inkomensregelingen;
Begeleide participatie;
Arbeidsparticipatie;
Schuldhulpverlening;
Maatwerkvoorzieningen Wmo en maatwerkdienstverlening 18+;
Geëscaleerde zorg 18+;
Maatwerkdienstverlening 18-;
Geëscaleerde zorg 18-jeugdhulp.
We willen bereiken dat iedereen naar vermogen en volwaardig kan meedoen in de samenleving. Of zoals het in het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 staat: we beseffen dat zelfredzaamheid niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor mensen te complex zijn, waardoor (tijdelijk) ondersteuning nodig kan zijn.
Wat wilden we bereiken ?
Individuele voorzieningen voor inwoners die het (tijdelijk) nodig hebben om deel te kunnen (blijven) nemen aan de samenleving
Iedereen kan naar vermogen als volwaardig lid deelnemen aan het maatschappelijk verkeer
Adequate en passende ondersteuning binnen verantwoorde financiële kaders
1. We bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie
2. We continueren de maatregelen om de kosten te beheersen en de kwaliteit te borgen
De komende jaren gaan we door met het ontwikkelen van de transformatie van het sociaal domein waarin de inwoner centraal staat. We zijn open en betrokken en bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor kinderen, jongeren, ouderen en gezinnen in een kwetsbare positie. Systemen zijn hierbij niet leidend. Het bieden van bestaanszekerheid is hierbij een belangrijk thema.
Met de vastgestelde Visie op een veerkrachtig Sociaal Domein 'Samen gereed voor de toekomst' vastgesteld, gaan we voor een veerkrachtige samenleving. Iedereen kan meedoen, krijgt gelijke kansen en is in staat om te gaan met de uitdagingen van het leven. Individueel, maar vooral als samenleving met elkaar: inwoners, de gemeente, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en het bedrijfsleven.
Onze samenleving is gebouwd op een sterke sociale basis: inwoners zijn verbonden door families, vriendenkringen, verenigingen, netwerken, wijken en andere verbanden. Als door de uitdagingen van het leven de veerkracht onder druk staat, bieden we vanuit het sociaal domein een passende ondersteuning.
Daarbij is voorkomen beter dan genezen. We zetten in op preventie en vroegsignalering. Vroegtijdig inzetten van lichtere zorg en ondersteuning voorkomt dat zwaardere en duurdere zorg (direct) nodig is.
Ondanks het interventieplan Grip op het sociaal domein (2020-2022) was in 2023 en 2024 een verdere kostenstijging in het sociaal domein te zien. In mei 2025 is dan ook het 'Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025 - 2028' vastgesteld met nieuwe maatregelen om de kosten te blijven beheersen. We blijven alert op nieuwe kansen en signaleren ontwikkelingen. Hierbij kijken we niet alleen naar de toegang, het (preventieve) aanbod en samenwerking met zorgaanbieders en maatschappelijke partners. Ook kijken we kritisch naar onze eigen organisatie. Zo kunnen we ook in de toekomst zorg en ondersteuning blijven verlenen. Deze is adequaat en passend, zo licht en kort mogelijk en komt alleen terecht bij de inwoners die dit het meest nodig hebben.
De gemeente heeft een bepalende rol bij de inzet van de individuele voorzieningen. Dit vanuit verschillende wettelijke kaders: de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Wet inburgering en de Wet schuldhulpverlening. Uitgangspunt is om integraal en ontschot hulp te bieden vanuit de verschillende regelingen. Waar nodig worden gezinnen ondersteund vanuit één plan.
Dit programma staat niet op zichzelf. Het heeft een duidelijke relatie met programma 6 ‘collectieve voorzieningen’. In programma 6 worden immers activiteiten en diensten ontwikkeld die voorliggend of aanvullend zijn op de individuele voorzieningen. Deze collectieve voorzieningen spelen een cruciale rol bij preventie, het vroeg signaleren van problemen en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. Binnen dit programma wordt ook verbinding gelegd met andere programma’s zoals wonen, onderwijs, economie en veiligheid.
Inwoners zijn gezond en ontwikkelen zich naar vermogen
Inkomensregelingen
Op 31 december 2025 werd aan 527 huishoudens een bijstandsuitkering verstrekt. Dit is een stijging ten opzichte van de 493 huishoudens op 31 december 2024. Grafiek 7.1 laat het aantal personen met een bijstandsuitkering zien per 10.000 inwoners. Volgens de meest recente CBS-cijfers zijn dit in 2024 140 personen per 10.000 inwoners. Landelijk is dit aantal 340 per 10.000 inwoners.
Armoede
Grafiek 7.2 geeft het aantal kinderen in uitkeringsgezinnen. In 2023 was dit 2% in Pijnacker-Nootdorp en 6% landelijk. In 2024 is dit weer 3%, net zoals de jaren daarvoor, terwijl het landelijke percentage gelijk is gebleven. Een duidelijk verklaring waarom in 2023 het percentage is gedaald, is niet te geven. Het percentage personen met een uitkering (zie grafiek 7.1) is gedaald van 114% in 2023 naar 111% in 2024. Ook het percentage huishoudens met een laag inkomen staat al enkele jaren op 5%, terwijl het landelijke percentage al enkele jaren op 10% staat.
Kinderen uit huishoudens met een inkomen tot 130% kunnen gebruik maken van het kindpakket van Stichting Leergeld. Een kindpakket bestaat uit verschillende onderdelen, zoals een schoolspullenpas of fiets. Ook kunnen zij lid worden van een sport- en/of cultuurvereniging via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. In 2024 is het ook mogelijk voor kinderen om zowel een sportieve als culturele activiteit gelijktijdig te doen via het fonds. De Rotterdampas was weer beschikbaar. Voor minimahuishoudens was dit het laatste jaar dat deze met korting of gratis beschikbaar is.
Bij Stichting Leergeld zijn er in 2025, 1.530 aanvragen verdeeld over 501 kinderen toegekend. Voor deze kinderen was het ook mogelijk om lid te worden van een sport- en cultuurvereniging via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. In 2025 zijn er bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur 254 aanvragen voor sport goedgekeurd. Voor cultuur zijn er 22 aanvragen goedgekeurd.
Ook in 2025 was het weer mogelijk voor volwassenen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm om zich aan te melden bij het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. In 2025 is hier totaal 93 keer gebruik van gemaakt, ten opzichte van 94 keer in 2024 en 36 keer in 2023.
Schuldhulpverlening
In 2025 heeft de raad het beleidsplan schuldhulpverlening vastgesteld voor 2025-2029. In het beleidsplan wordt de beleidslijn van de afgelopen vier jaar doorgezet en op onderdelen aangescherpt. Met behulp van Key Performance Indicators (KPI’s) worden de opgestelde beleidsdoelen meetbaar. We zetten ons in om mensen te helpen (weer) zelfstandig en financieel stabiel te worden en om te voorkomen dat schulden erger worden. Daarnaast richten we ons op het verminderen van stress en het creëren van ruimte om ook problemen op andere gebieden (bijvoorbeeld gezondheid, werk of gezin) aan te pakken. In het beleidsplan benoemen we een aantal doelgroepen waar we ons extra op richten de komende vier jaar: ondernemers, jongeren, laaggeletterden en mensen met een licht verstandelijke beperking.
In het najaar van 2025 zijn we gestart met een pilot jongerenperspectief fonds (JPF). Het JPF is een innovatieve schuldenaanpak gericht op jongeren met problematische schulden. De aanpak richt zich op jongeren tussen de 18 en 27 jaar, woonachtig in de betreffende gemeente of met een postadres in de betreffende gemeente en die in staat zijn om te werken aan perspectief voor de toekomst. De pilot duurt twee jaar, waarin we voornemens zijn tien jongeren op deze manier te helpen om de aanpak te beproeven.
Verder is 2025 een jaar waarin we een toename zagen van het aantal inwoners, zowel particulier als ondernemers en zzp’ers, dat in een schuldhulpverleningstraject is gestart ten opzichte van voorgaande jaren. De grootste instroom komt, net als landelijk, uit de leeftijdsgroepen 26–45 jaar en 46–65 jaar, al zien we ook lichte groei onder jongeren van 18–26 jaar en inwoners boven de 66 jaar. Zowel voor particuliere inwoners als voor ondernemers en zzp’ers staat ons netwerk aan samenwerkingspartners goed. In 2026 ligt de focus op de nulmeting van de KPI’s, de audit van de NVVK en de acties die zijn beschreven in het beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2029.
Vroegsignalering
Een belangrijk preventiemaatregel om (problematische) schulden te voorkomen is het vroegtijdig signaleren van betalingsachterstanden. In 2020 is het convenant Vroeg Eropaf gesloten met zes signaalorganisaties, waaronder woningcorporatie Rondom Wonen en waterbedrijf Dunea. Ieder jaar neemt het aantal organisaties dat deelneemt aan het convenant toe. Eind 2025 stond de teller op 19 signaalpartners op het gebied van wonen, 27 op het gebied van energie, zesop het gebied van zorg en één waterbedrijf. Wat betreft het aantal signalen dat we ontvingen, was het jaar 2025 ten opzichte van het jaar 2024 vergelijkbaar. Tegelijkertijd zien we dat het kabinet plannen maakt om de vroegsignalering van schulden verder uit te breiden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwgezet om zo goed te kunnen anticiperen hierop.
Begeleide participatie
In 2025 werkten 26 SE (is ongeveer gelijk aan een fte) op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Zeventien SE zijn werkzaam bij Werkse! in Den Hoorn en negen SE werken bij de Binnenbaan in Zoetermeer.
Op 31 december 2025 begeleidt onze gemeente 231 inwoners met een (vermoedelijke) arbeidsbeperking. Hiervan zijn 115 inwoners jonger dan 27 jaar. Van deze jongeren ontvangen 35 jongeren een uitkering, bijvoorbeeld vanwege een diagnoseperiode, dagbesteding of omdat zij nog niet in staat zijn om te werken. De andere tachtig jongeren volgen een opleiding, een traject richting werk of zijn aan het werk. Vaak met loonkostensubsidie of begeleiding van een jobcoach. Soms in combinatie met een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld omdat ze niet fulltime kunnen werken.
Inwoners die uitsluitend onder beschutte omstandigheden kunnen werken, krijgen een beschut werk indicatie. Gemeenten zijn verplicht beschutte werkplekken aan te bieden aan inwoners met een beschut werk indicatie. In 2025 bedraagt onze taakstelling beschut werk: achttien plekken. Op 1 december 2025 hebben 26 inwoners een indicatie beschut werk. Negentien van hen werken bij de sociale werkbedrijven Werkse! in Den Hoorn, de Binnenbaan in Zoetermeer en bij de Hoogwerkers in Pijnacker-Nootdorp (onderdeel van Zorgkwekerij Bloei). Zeven inwoners hebben wel een indicatie beschut werk, maar zijn door hun persoonlijke situatie (nog) niet plaatsbaar.
Arbeidsparticipatie
De netto arbeidsparticipatie van onze inwoners was in 2024 78,3%. In Nederland was dit 73,2% (zie grafiek 7.3). Netto arbeidsparticipatie betekent het percentage van werkzame inwoners ten opzichte van inwoners die potentieel kunnen werken.
In 2024 waren er in onze gemeente 544,1 banen per 1.000 inwoners van 15 - 64 jaar. Landelijk is dit 850,2 per 1.000 inwoners (zie grafiek 7.4). Een groot deel van onze inwoners werkt dus niet binnen de gemeente. Ook voor onze inwoners met een bijstandsuitkering betekent dit, dat zij voor werk voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van werkgelegenheid in de regio (zie ook programma 2). Daarom werken wij samen met het UWV en de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar samen in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal. De samenwerking in de arbeidsmarktregio gaat niet langer alleen om het begeleiden van kwetsbare inwoners (met een uitkering). Het gaat ook om het bieden van ondersteuning aan inwoners ter voorkoming van (langdurige) werkloosheid: van school naar werk of van werk naar werk.
Om inwoners aan het werk te helpen, worden re-integratievoorzieningen ingezet. De bovenstaande grafiek laat het aantal ingezette re-integratievoorzieningen zien. In 2024 is de Europese aanbesteding Re-integratieprojecten afgerond, waarna met (nieuwe) aanbieders contracten zijn afgesloten. Inwoners die nog niet bemiddelbaar zijn, worden geplaatst op re-integratietrajecten om arbeidsritme en werkervaring op te doen. Het aantal inwoners op een re-integratietraject ligt lager dan het landelijk gemiddelde.
De Wet Inburgering 2021 heeft als doel inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk mee te laten doen in de Nederlandse samenleving. In 2025 zijn 129 statushouders ingestroomd in de wet Inburgering 2021 t.o.v. van 99 in 2024. In totaal hebben 105 statushouders een PIP ondertekend (in 2024 waren dit er 47).
Het aantal inburgeraars is afhankelijk van het aantal statushouders, die een woning aangeboden krijgen in Pijnacker-Nootdorp. In 2025 is niet ingelopen op de achterstand op de taakstelling vanuit de overheid. Voor volgend jaar wordt een grotere instroom van inburgeraars verwacht, omdat wordt ingezet op het inlopen van de achterstand op de taakstelling voor het plaatsen van statushouders binnen onze gemeente.
In 2025 is de uitvoering van de Wet Inburgering 2025 voor het eerst geëvalueerd, aangezien we deze wet nu drie jaar uitvoeren. De aanbevelingen uit deze evaluatie worden in 2026 verder opgepakt.
Jeugd groeit gezond, veilig en kansrijk op
De informatie over het gebruik van jeugdhulpvoorzieningen is in ontwikkeling. Dit geeft een steeds beter beeld van de stand van zaken.
Van onze jongeren van 0-18 jaar, heeft 11,3 % in 2024 een jeugdhulpvoorziening nodig gehad. Dit is afgenomen ten opzichte van 2023. Toen was dit 13,1% (zie grafiek 7.6).
Vanaf 2018 zagen we de kosten voor jeugdhulp in onze gemeente sterk stijgen. Vanaf 2021 zien we de kosten voor jeugdhulp afvlakken, dalen in 2022 en vanaf 2023 neemt het weer toe.
In de regio werken we samen aan de uitvoering van de Regiovisie jeugdhulp Haaglanden 2021-2026. Op basis van de derde regiomonitor is het Regionale Uitvoeringsplan 2025-2026 opgesteld en ligt voor aan de raad in februari 2025. Met de regiovisie willen we bereiken dat alle kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien, bij hun eigen ouders en waarbij zij zich ontwikkelen tot veerkrachtige (jong)volwassenen die naar vermogen actief meedoen in de samenleving. De regiovisie gaat ook over de verbinding tussen jeugdhulp en andere onderwerpen in het sociaal domein (zoals onderwijs) en richt zich vooral op gezinnen/kinderen in kwetsbare situaties. Het gaat ook over de samenwerking tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders, zoals onder andere over de wachttijden in de jeugdhulp, afbouw van gesloten jeugdzorg en versterking van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.
Geëscaleerde zorg 18-
Van onze jongeren tot achttien jaar had 0,3 % in 2024 te maken had met jeugdbescherming. Dit is lager dan landelijk. Dat is 0.9% (zie grafiek 7.7).
Het percentage jongeren tot achttien jaar dat in 2024 te maken had met jeugdreclassering is 0,1%. Landelijk ligt dit percentage op 0,3% (zie grafiek 7.8).
De Jeugdbescherming en -reclassering wordt geleverd door Gecertificeerde Instellingen. Deze instellingen hebben de afgelopen jaren vanwege eisen van de inspectie gewerkt aan een Verbeterplan. De gemeente in Haaglanden hebben in dat kader extra middelen beschikbaar gesteld voor de Gecertificeerde Instellingen om de caseload (aantal casussen per medewerker) te verlagen. De raad is hier tussentijds over geïnformeerd. Verder heeft een aantal gemeente in Haaglanden de afgelopen jaren ervaringen opgedaan in het werken volgens de methode 'Beter Samenspel' om de samenwerking tussen de Gecertificeerde Instellingen en lokale teams te verbeteren.
Inwoners zijn zo zelfredzaam mogelijk en participeren in de samenleving
Om inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie in de samenleving, wordt onder andere gebruik gemaakt van de Wmo. De individuele maatwerkvoorzieningen Wmo omvatten vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen, rolstoelen, huishoudelijke hulp, begeleiding, een klein deel van de persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf.
Op basis van de voorlopige cijfers uit grafiek 7.9 is er in 2025 een lichte afname van het percentage Wmo-cliënten per 10.000 inwoners. De praktijk laat echter jaarlijks een toename zien van het aantal cliënten. Deze toename is in lijn met de demografische ontwikkeling (vergrijzing) in onze gemeente. De verwachting is dan ook dat deze stijgende lijn zich in 2025 doorzet. De definitieve cijfers over 2025 zijn echter nog niet beschikbaar.
Structureel verwachten we een toename van het aantal voorzieningen, omdat de doelgroep 75-plus in het komend decennium met gemiddeld 8 à 9% per jaar groeit. Naast een toename van het aantal hulpvragen, zien we ook dat deze complexer worden. We zien we een voortzetting van de trend van de afgelopen jaren. Het aantal oudere inwoners blijft toenemen, inwoners worden steeds ouder en blijven thuis in hun eigen huis wonen. Dit betekent een toename van het aantal vragen naar woningaanpassingen, hulp in het huishouden, vervoersvoorzieningen en respijtzorg voor huishoudens met thuiswonenden met dementie. Het steeds ouder worden van inwoners betekent ook een toename van de zwaarte van de ondersteuningsvraag. Verder zien we dat de tarieven onder druk staan door afspraken over loonstijging die in de cao's worden gemaakt, de gespannen marktsituatie en de hoge inflatie. Door bovenstaande oorzaken is er binnen de Wmo opnieuw een kostenstijging te zien. Vanuit het Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028 zijn in 2025 enkele maatregelen gestart om de kostenstijging te beheersen. De komende jaren worden nog meer maatregelen geïmplementeerd.
Ook stelt de bovengenoemde ontwikkeling eisen aan de zorginfrastructuur. Om de effectiviteit te vergroten en om preventiever te kunnen werken, is ketensamenwerking rond de thema's financiële zelfredzaamheid en mantelzorg en gezonde leefstijl en dementie vormgegeven. In 2023 hebben wij samen met zorgverzekeraar DSW en de regio Westland, Schieland, Delfland (WSD) het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) getekend. Dit akkoord valt onder het landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA) en vormt de basis voor regionale samenwerking rondom preventie, gezondheid, zorg en ondersteuning. In 2024 is deze samenwerking verder vormgegeven voor de komende jaren. Het RIGA, het IZA en de brede SPUK (zie voor uitgebreide beschrijving in programma 6) vullen elkaar aan.
Sinds 1 januari 2024 kopen wij de Wmo begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf gezamenlijk in met de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland (H5). In 2025 is besloten het H5-contract te verlengen tot en met 31 december 2028. Hulp bij het huishouden kochten we in 2025 in met de gemeente Lansingerland, net als voorgaande jaren.
Ondanks de grotere vraag naar maatwerkvoorzieningen Wmo, blijft het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening laag ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit komt doordat wij een relatief jonge bevolking hebben. Ook zien we dat een deel van de hulpvragen in het collectieve aanbod wordt opgevangen.
Geëscaleerde zorg 18+
We wachten al jaren op duidelijkheid over de toekomst van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. De beoogde stelselwijziging — invoering van het woonplaatsbeginsel en een nieuw, objectief verdeelmodel — leek lang binnen handbereik, maar is opnieuw uitgesteld. Daarmee blijft onzekerheid bestaan over de richting die het Rijk kiest, terwijl gemeenten al geruime tijd investeren in de voorbereiding van de transitie van beschermd wonen naar een beschermd thuis.
Binnen de DWO-gemeenten (Delft, Westland, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp) bestaat brede inhoudelijke consensus om deze beweging voort te zetten. De inzet op preventie van dakloosheid, een evenwichtige regionale spreiding van voorzieningen en het bevorderen van uitstroom naar de gemeente van herkomst blijven daarbij leidende doelen.
Delft vervult de rol van centrumgemeente en heeft samen met de andere gemeenten een regionale visie en gezamenlijke aanpak ontwikkeld. Daarnaast is breed verkend wat lokaal nodig is om de decentralisatie zorgvuldig te organiseren — van de inrichting van de toegang tot financiële scenario’s en de bestuurlijke en juridische consequenties. Deze verkenningen onderstrepen dat de opgave omvangrijk en complex is.
Indien het Rijk besluit de stelselwijziging definitief niet door te zetten, vraagt dit van de DWO-gemeenten om nieuwe, robuuste regionale afspraken. Om die reden zijn in de tweede helft van 2025 de voorbereidingen gestart voor een bestuurlijke heroriëntatie op de eerder gestelde koers, met betrokkenheid van alle gemeenten.
