Financiering
In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit betreft met name het gemeentelijke (bank)saldobeheer en de financiering. In het verlengde hiervan worden de ontwikkeling van de financiële positie en het beheersen van de renterisico's besproken die verbonden zijn aan kortlopende en langlopende schulden.
De uitvoering van de treasuryfunctie wordt sterk beïnvloed door de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt en is gebonden aan wettelijke normen.
1. Treasuryfunctie en ontwikkelingen
In de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt hierbij gedefinieerd als:
Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
De financieringsfunctie betreft de wijze waarop de gemeente financiering aantrekt voor de uitvoering van haar (meerjaren-)programmabegrotingen en investeringsopgaven. Intern is daartoe de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Noordorp 2024 leidend. Het beleid voor de financieringsfunctie is nader uitgewerkt in de Nota Rente en Treasury 2021 en in de Verordening gemeentegaranties geldleningen 2021.
De uitvoering van de treasuryfunctie is gericht op een prudente en risicomijdende taakuitvoering ten behoeve van publieke taak van gemeente Pijnacker-Nootdorp. Daarmee draagt treasury bij aan de financiële continuïteit van de gemeente op de korte en lange termijn.
Naast de Wet fido zijn voor de uitoefening van de treasuryfunctie ook nog relevant de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In deze wetten en regelingen zijn in 2025 geen wijzigingen doorgevoerd.
Renteontwikkeling
De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt zijn mede bepalend voor de hoogte van onze rentebaten en -lasten.
Voor kortlopende financiering is de 1-maands Euribor rente een goede indicator. Deze liet in 2025 een dalende trend zien: van circa 2,9% eind 2024 naar circa 1,9% eind 2025. De 1-maands Euribor is ook de referentie voor renteafrekeningen met onze huisbankier. Ook de rentevergoeding over in de Schatkist aangehouden gelden hangt sterk met deze rente samen.
Voor lange financiering wordt doorgaans de 10-jaars rente voor fixe (*) leningen als referentie gebruikt. De leentarieven (marktrente + opslag) voor dergelijke leningen liepen in 2025 licht op tot circa 3,3% eind 2025. 10-jaars lineaire leningen (inclusief opslag) konden per eind 2025 worden aangegaan tegen circa 2,9%, ongeveer 0,4 procentpunt lager dan fixe leningen.
(*) bij fixe leningen wordt de geleende hoofdsom in één bedrag afgelost aan het einde van de looptijd; tussentijds wordt alleen rente betaald.
2. Ontwikkeling leningenportefeuille en netto schuldquote
Het aangaan van leningen maakt het mogelijk om investeringen te doen en daarmee wenselijke ontwikkelingen in de samenleving te realiseren.
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de opgenomen langlopende leningenportefeuille over 2025 weergegeven.
Ontwikkeling leningenportefeuille 2025 (bedragen x € 1.000) | |
|---|---|
Leningenportefeuille per 01-01-2025 | 54.754 |
Aflossing langlopende leningen | -9.875 |
Aangetrokken langlopende leningen | 0 |
Leningenportefeuille langlopende leningen per 31-12 2025 | 44.879 |
De netto schuld heeft over 2025 de volgende ontwikkeling laten zien:
Ontwikkeling netto schuld | Bedragen x € 1.000 | |||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving | Cf. artikel BBV | Stand per eind 2024 | Stand per eind 2025 | Verschil |
Vaste schuld | 46 | 54.754 | 44.879 | |
Netto vlottende schuld | 48 | 14.345 | 12.042 | |
Overlopende passiva | 49 | 26.204 | 25.697 | |
Minus: | ||||
Uitzettingen korter dan 1 jaar | 39 | 97.218 | 60.546 | |
Liquide middelen | 40 | 502 | 500 | |
Overlopende activa | 40a | 11.405 | 10.299 | |
Netto schuld | -13.822 | 11.273 | 25.095 | |
Minus: | ||||
Verstrekte leningen | 36b/c | 5.664 | 5.643 | |
Netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | -19.486 | 5.630 | 25.116 |
Uit deze tabel blijkt dat de netto schuld van de gemeente Pijnacker-Nootdorp over 2025 is toegenomen met ruim € 25 miljoen. Deze toename wordt in hoofdzaak veroorzaakt door:
Afname van de vaste schuld met circa € 10 miljoen. Dat heeft een gunstig effect op de netto schuld.
Afname van het tegoed dat de gemeente aanhoudt in Schatkist met circa € 36 miljoen. Dit is juist ongunstig voor de netto schuld. Het Schatkistsaldo kende over 2025 het volgende verloop:
Het in de Schatkist uitstaande saldo heeft over 2025 circa € 1,47 miljoen aan rentebaten opgeleverd.
3. Risicobeheersing
Een belangrijk onderdeel binnen de financieringsfunctie is risicobeheersing. Dit dient plaats te vinden binnen kaders zoals gesteld in de Wet fido en in de gemeentelijke Nota Rente en Treasury. In deze wet- en regelgeving staat de risicobeheersing centraal. De voor onze gemeente relevante risico’s en de beheersing ervan luiden als volgt.
Liquiditeitsrisico
In 2025 beschikte de gemeente ruimschoots over eigen middelen om te kunnen voldoen aan de kortlopende financiële verplichtingen. In voorkomende gevallen kan de gemeente daarnaast een beroep doen op de met huisbankier BNG Bank afgesproken kredietlimiet in rekening courant van € 15 miljoen.
Kredietrisico
De gemeente loopt kredietrisico uit hoofde van verstrekte of gewaarborgde geldleningen. Daarnaast is er een risico op wanbetaling door reguliere debiteuren. In 2025 hebben zich geen kredietrisico’s voorgedaan.
Verstrekte leningen en reguliere debiteuren staan op de gemeentelijke balans. Gewaarborgde geldleningen staan niet op de gemeentelijke balans. Voor een specificatie van deze leningen wordt verwezen naar het onderdeel Niet uit de balans blijkende verplichtingen elders in dit jaarverslag.
Renterisico’s
De gemeente loopt renterisico’s op haar kortlopende en op haar langlopende schuld. In de Wet fido zijn voor beide soorten renterisico’s bepalingen opgenomen om deze te kunnen beheersen. Voor de kortlopende schuld betreft dit de kasgeldlimiet en voor de langlopende schuld de renterisiconorm.
Kasgeldlimiet
In de Wet fido is een norm gesteld voor het maximum aan kortlopende financiering (looptijd korter dan 1 jaar): de kasgeldlimiet. Hiermee wordt voorkomen dat schommelingen van de korte rente een te grote invloed hebben op de rentelasten in het begrotingsjaar. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet voor 2025 weergegeven en per kwartaal afgezet tegen de gemiddelde netto vlottende schuld:
Bedragen x € 1.000 | ||||
|---|---|---|---|---|
1) Bepaling kasgeldlimiet 2025 | ||||
Omvang primaire begroting (exclusief reserves) | 170.817 | |||
In procenten van de grondslag | 8,5% | |||
Kasgeldlimiet | 14.519 | |||
2) Toets kasgeldlimiet per kwartaal | 1e kw | 2e kw | 3e kw | 4e kw |
Gemiddelde positie netto vlottende schulden | -76.052 | -64.526 | -69.974 | -60.308 |
Kasgeldlimiet | 14.519 | 14.519 | 14.519 | 14.519 |
Ruimte (+)/Overschrijding (-) | 90.571 | 79.045 | 84.493 | 74.827 |
Renterisiconorm
Renterisico is de som van aflossingen en renteherzieningen binnen de langlopende leningenportefeuille. Om dit risico te beheersen is in de Wet fido een renterisiconorm vastgesteld. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. De renterisiconorm bevordert een goede spreiding van aflossingen en renteherzieningen door de jaren heen. Het doel hiervan is te voorkomen dat grote delen van de schuld in één jaar renteherzieningen krijgen, wat ongewenst grote schommelingen in de gemeentelijke rentelasten kan veroorzaken.
Uit onderstaande tabel blijkt dat de gemeente in 2025 ruim binnen de norm is gebleven:
Bedragen x € 1.000 | |
|---|---|
1) Bepaling renterisiconorm 2025 | |
Omvang primaire begroting (exclusief reserves) | 170.817 |
In procenten van de grondslag | 20,0% |
Renterisiconorm | 34.163 |
2) Bepaling renterisico 2025 | - |
Renteherziening op vaste schuld o/g | 0 |
Renteherziening op vaste schuld u/g | 0 |
Renteherziening op vaste schuld (per saldo) (1) | 0 |
Aflossing (2) | 9.875 |
Renterisico op vaste schuld 2025 (1+2) | 9.875 |
3) Toets renterisaico aan norm per kwartaal | |
Renterisco | 9.875 |
Renterisiconorm | 34.163 |
Onderschrijding renterisiconorm (ruimte binnen de norm) | 24.288 |
4. Renteresultaat en rekenrente
Zoals uit onderstaande tabel blijkt heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp zowel te maken met rentelasten als rentebaten. De lasten komen vooral voort uit de langlopende leningenportefeuille. De rentebaten vloeien in hoofzaak voort uit het saldo dat wordt aangehouden in de Schatkist.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn regels gesteld voor het intern toerekenen van rente aan taakvelden. Dat is van toepassing indien de rentelasten hoger zijn dan rentebaten. In dat geval wordt de netto rentelast omgeslagen over de boekwaarde van de integraal gefinancierde activa. Per begin 2025 bedroeg deze boekwaarde € 221,6 miljoen. Dit bedrag bestaat uit de vaste activa (€ 219,5 miljoen) en bouwgronden in exploitatie/onderhanden werk (€ 2,1 miljoen).
Renteschema (bedragen x € 1): | ||
|---|---|---|
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering | 1.488.194 | |
b. De externe rentebaten | -1.466.106 | |
Totaal door te rekenen externe rente | 22.089 | |
c1. De rente die aan faciliterende grondexploitaties wordt doorberekend | 0 | |
c2. De rente van projectfinanciering doorberekend aan taakveld | 0 | |
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan betreffende taakveld wordt doorberekend | 0 | |
0 | ||
Saldo door te rekenen externe rente | 22.089 | |
d1. Rente over eigen vermogen | 0 | |
d2. Rente over voorzieningen | 0 | |
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 22.089 | |
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | 0% | |
f. Renteresultaat op het taakveld treasury | 22.089 |
Uit deze tabel blijkt dat de netto rentelast zodanig klein was dat deze, afgezet tegen de bovengenoemde boekwaarde, tot een verwaarloosbare omslagrente van 0,01% zou leiden. Er is gekozen om de netto rentelast als renteresultaat te nemen.
